Inflatie en armoede

Het is de laatste tijd weer veel in het nieuws: de inflatie stijgt fors, met name door onrust in het Midden-Oosten. In mei steeg de inflatie al naar 3,5%, in april was het nog 2,8%. De verwachting is dat deze stijging nog een tijd blijft doorzetten, in ieder geval tot het eind van dit jaar. Hoge inflatie heeft een grote impact op mensen die weinig te besteden hebben. En het vergroot de armoede in Nederland.

Wat is inflatie?

Inflatie is een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten. Daardoor daalt de koopkracht van je geld: met hetzelfde bedrag kun je minder kopen dan eerst.

Bij het meten van inflatie wordt gekeken naar alle producten en diensten die huishoudens gebruiken, zoals:

  • Dagelijkse boodschappen (bijvoorbeeld voedsel, kranten en benzine)
  • Producten die langer meegaan (bijvoorbeeld kleding, computers en wasmachines)
  • Diensten (bijvoorbeeld energie, verzekeringen en de huur)

Bij het berekenen van de gemiddelde prijsstijging krijgen producten waar mensen meer geld aan uitgeven, zoals energie of huur, meer gewicht dan producten waar minder aan wordt uitgegeven, zoals suiker of postzegels.

Inflatie ligt in normale tijden vaak rond de 2% per jaar. Dat is ook ongeveer het streefniveau van centrale banken in Europa. Soms is de inflatie veel hoger, bijvoorbeeld door grote gebeurtenissen in de wereld. In 2022 stegen de prijzen sterk. Dat kwam onder andere door corona en door de oorlog in Oekraïne, waardoor energie en brandstoffen veel duurder werden. In Nederland lag de inflatie dat jaar rond de 10%.

Inflatie, ongelijkheid en armoede

Inflatie betekent dat alles duurder wordt, en dat geldt voor iedereen. Maar niet iedereen wordt even hard geraakt. Mensen met een lager inkomen merken de gevolgen sterker. Zij geven namelijk een groter deel van hun inkomen uit aan vaste en noodzakelijke kosten die niet uitgesteld kunnen worden, zoals huur, energie en boodschappen. Bij hoge inflatie stijgen juist die kosten. Dat heeft dus direct veel invloed op hun dagelijkse uitgaven.

Huurwoning of koopwoning

Het effect van inflatie verschilt ook tussen mensen met een huurwoning en mensen met een koopwoning. De maandlasten van een hypotheek staan vaak voor langere tijd vast en stijgen niet direct mee met inflatie. Maar de huurprijzen stijgen wel elk jaar. In Nederland is die stijging vaak gekoppeld aan de inflatie, waardoor huurders de effecten van inflatie wel voelen in hun woonkosten.

Energierekening

Daarnaast wonen mensen met een lager inkomen vaker in slecht geïsoleerde huizen. Daardoor is meer energie nodig om het huis warm te krijgen. Dit zorgt voor een hogere energierekening.

Als de energieprijzen stijgen, heeft dit dus een grotere impact op de rekening aan het eind van de maand. In 2024 leefden 510.000 huishoudens in Nederland in energiearmoede. Dit betekent dat ze een laag inkomen hebben in combinatie met hoge kosten voor gas en elektriciteit, waardoor ze niet altijd genoeg geld hebben om de rekening te betalen.

Financiële buffer

Mensen met een laag inkomen hebben vaak weinig of geen spaargeld om onverwachte kosten, zoals van snel stijgende consumentenprijzen, op te vangen. Een kleine prijsstijging kan er dan al voor zorgen dat je niet meer uitkomt aan het eind van de maand.

Salarissen stijgen meestal wel mee met de inflatie, maar dat gebeurt niet altijd direct. Gemiddeld duurt het een jaar of vijf voordat lonen volledig zijn aangepast aan hogere prijzen. In die tussentijd daalt de koopkracht van huishoudens.

Voor mensen zonder financiële buffer is dat extra moeilijk, omdat zij geen reserve hebben om op terug te vallen. Zij zullen hun spaargeld op moeten maken en, als dat op is, in de schulden raken.

Effect inflatie op armoede

Inflatie heeft dus grote gevolgen voor mensen met een laag inkomen, vooral als de prijzen hard stijgen. Mensen met weinig financiële ruimte komen dan nóg sneller in de problemen. Zij kunnen bijvoorbeeld moeite krijgen met het betalen van boodschappen of energierekeningen.

Hoge inflatie leidt op deze manier tot meer schulden, meer armoede, en meer stress.