23-06-2026 | Stichting Armoedefonds

De huidige armoededefinitie suggereert dat slechts 551.000 mensen in armoede leven, terwijl het Nibud vandaag bekend maakt dat 40% van de huishoudens aangeeft moeilijk rond te komen. Volgens het Armoedefonds laten de nieuwe cijfers van het Nibud zien hoe gebrekkig de huidige armoededefinitie is. De huidige manier van meten verbloemt de pijnlijke werkelijkheid en faciliteert het wegkijken van een urgent en groeiend maatschappelijk probleem. 

Bijna 40 procent van de Nederlandse huishoudens komt moeilijk rond, een derde maakt zich vrijwel altijd zorgen over de eigen financiële situatie en een kwart heeft dit jaar rekeningen niet kunnen betalen. Dat blijkt uit het vandaag verschenen rapport Geldzaken in de praktijk 2026 van het Nibud. Volgens het Armoedefonds laat het rapport een zorgwekkende ontwikkeling zien die aansluit bij signalen die al jaren vanuit lokale hulporganisaties worden afgegeven. 

Directeur van het Armoedefonds Henk de Graaf: “Dit rapport bevestigt wat lokale hulporganisaties ons al jaren vertellen: steeds meer mensen hebben moeite om rond te komen. Achter de officiële armoedecijfers schuilt een veel grotere groep die financieel kwetsbaar is. Mensen die niet als arm worden geregistreerd, maar bij iedere prijsstijging of onverwachte rekening direct in de problemen komen.”

De Graaf: “Als bijna 40 procent van de huishoudens moeite heeft om rond te komen, maar de officiële cijfers suggereren dat armoede meevalt, dan meten we niet het probleem maar maskeren we het. Achter die statistieken zitten kinderen die zonder ontbijt naar school gaan, ouders die maaltijden overslaan en mensen die dagelijks leven met stress en onzekerheid. Dat kunnen we niet blijven weg definiëren.”

Het Armoedefonds roept het kabinet op om zo snel mogelijk met structurele maatregelen te komen om de betaalbaarheid van het leven te verbeteren. Het kabinet moet werk maken van de adviezen van de Commissie Sociaal Minimum en ervoor zorgen dat mensen voldoende inkomen hebben om van rond te komen. Daarnaast verdienen lokale hulporganisaties meer structurele steun. Zij staan dicht bij mensen, zien als eerste waar het misgaat en bieden vaak de eerste hulp aan huishoudens die worstelen met geldzorgen, schulden en bestaansonzekerheid.