Het rapport ‘Opgroeien in onzekerheid’ van de Kinderombudsvrouw laat zien dat armoede grote invloed heeft op álle leefgebieden van een kind. Na tien jaar onderzoek is de conclusie hard: kinderen die opgroeien in armoede worden flink geraakt. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer pleit voor een omslag.

In Nederland leeft één op de 28 kinderen in armoede. Dat betekent dat in elke schoolklas gemiddeld één kind zit dat thuis te maken heeft met armoede. Wat die cijfers niet direct laten zien, is de psychische en sociale druk die daarachter schuilgaat. De resultaten zijn namelijk confronterend, blijkt uit een recent rapport van de Kinderombudsvrouw. Meisjes waar thuis sprake is van armoede geven hun leven gemiddeld een 6,8. Meisjes die opgroeien in een stabiele financiële situatie geven hun leven gemiddeld een 7,7. Jongens geven hun leven gemiddeld een 6,9 als ze opgroeien in armoede, maar een 8,2 als de thuissituatie stabiel is.

De Kinderombudsvrouw doet sinds 2016 elke twee jaar onderzoek naar de kwaliteit van leven en ontwikkeling van kinderen in Nederland. Sinds 2016 hebben 9.809 kinderen tussen de 8 en 18 jaar meegedaan met het onderzoek. Voor het rapport ‘Opgroeien in onzekerheid’ heeft ze al deze data geanalyseerd.

De voorwaarden voor een goed leven

Om te begrijpen war armoede met een kind doet, kijkt de Kinderombudsvrouw naar veertien ‘omgevingsvoorwaarden’. Deze voorwaarden bepalen of een kind zich gezond en veilig kan ontwikkelen. Ze zijn verdeeld over het leven thuis (zoals affectie, structuur en verzorging) en het leven daarbuiten (zoals school, vrienden en een veilige buurt).

Uit het recent gepubliceerde rapport blijkt dat kinderen met voldoende geld thuis op gemiddeld 12,2 van de 14 voorwaarden een voldoende scoren. Voor kinderen in armoede ligt dit gemiddelde op 7,7. Daarbij hebben kinderen in armoede heel vaak te maken met multiproblematiek; er kunnen meerdere situaties zijn die hen kwetsbaar maken. Bij iets meer dan de helft van de kinderen in armoede spelen er meerdere vervelende situaties tegelijkertijd.

Voor Kalverboer was dit het belangrijkste resultaat uit het rapport: “Kinderen in armoede hebben het eigenlijk op meerdere gebieden slechter. Niet alleen thuis, maar ook bijvoorbeeld in hun omgeving en bij het leren op school.”

Waarom een laptop niet genoeg is.

Sommige hulporganisaties richten zich op het verstrekken van spullen of geld. Denk bijvoorbeeld aan een fiets voor de middelbare school, een laptop of een sportfonds. Deze initiatieven zijn super waardevol en helpen mensen elke dag. Maar om de kern van het probleem op te lossen, is een structureel plan nodig. “Uit cijfers blijkt dat we ieder jaar maar 4% van de kinderen uit de armoede halen”, vertelt Kalverboer.

Het belang van hulporganisaties

Hulporganisaties helpen vaak niet alleen met spullen, maar begeleiden mensen ook. Naar andere instanties of ze helpen met het aanvragen van toeslagen en andere financiële zaken. “Zo lang we geen beleid met structurele hulp hebben, zijn deze initiatieven echt hartstikke nodig”, zegt Kalverboer. Het kan namelijk behoorlijk wat stress verminderen, als een ouder weet dat ze voor het kind geen laptop meer hoeven te kopen.