Close Menu

Armoede in Nederland

Armoede

De Verenigde Naties omschrijven armoede als “het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften”. Veel onderzoeken tonen aan dat in een rijk land als Nederland steeds meer mensen door armoede getroffen worden.

We spreken in Nederland over absolute armoede als mensen leven onder het bestaansminimum en bv. niet beschikken over (gezond) voedsel, huisvesting, toegang tot gezondheidszorg (bv. een zorgverzekering) of geen mogelijkheden hebben om verder te leren na de verplichte schoolperiode.

Relatieve armoede verwijst naar de levensomstandigheden van een individu of groep in verhouding met zijn/haar omgeving. Sociale armoede betekent dat mensen niet mee kunnen doen aan het normale maatschappelijk leven omdat er geen geld is voor een sportclub of vereniging, voor schoolactiviteiten of een uitstapje van de bejaardenvereniging of bijvoorbeeld voor toegang tot internet.

Armoede bestaat, ook in Nederland

Hoewel Nederland tot de rijkste landen van Europa behoort, is ook hier steeds meer armoede. Uit onderzoek van het SCP en het CBS* blijkt dat eenoudergezinnen, bijstandsontvangers en alleenstaanden onder de 65 jaar een grote kans op ernstige armoede hebben. De armoede uit zich onder meer in (zeer) beperkte financiële middelen, sociale uitsluiting, gezondheidsproblematiek en beperkte toegang tot onderwijs. Er is veel ‘stille’ armoede: het is vaak niet zichtbaar dat mensen hun huur niet meer kunnen betalen of kinderen zonder ontbijt de deur uit moeten.

Van de ruim 7 miljoen huishoudens in 2015 moest 8,8 procent (626.000 huishoudens) rondkomen van een inkomen onder de lage inkomensgrens en liep daarmee risico op armoede, dit blijkt uit onderzoek van het CBS.**

Op dit moment leven in Nederland ongeveer 378.000 kinderen in armoede (Opgroeien zonder Armoede, SER, maart 2017). Dat is 1 op de 9 kinderen.

Het sociale vangnet in Nederland wordt steeds kleiner. Steeds meer mensen moeten een beroep doen op maatschappelijk werk, ouderenzorg, sociale uitkeringen, jeugdzorg, studiefinanciering, ondersteuning van kerken enz. Door de voortdurende bezuinigingen worden deze voorzieningen steeds minder toegankelijk.

Langdurige armoede in Nederland.

Steeds meer mensen leven langdurig in armoede. We spreken van langdurige armoede als er sprake is van een armoedesituatie die ten minste drie jaar achtereen voortduurt. De omgang van deze groep, maar liefst 417.000 mensen die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen, is groot. Hoewel betaalde arbeid gewoonlijk wordt beschouwd als de beste manier om uit de armoede te komen, laat het onderzoek zien dat werk zeker geen garantie biedt. Niet alleen bestaat ongeveer 50% van de groep langdurig armen uit werkenden, maar ook is juist onder werkenden het aandeel langdurig armen gegroeid. Een flink deel van de mensen die in armoede leven komt op enig moment in een betere financiële situatie. Opvallend is echter dat op een zeker moment mensen terug vallen in armoede. Van de mensen die in een bepaald jaar uit de armoede zijn geraakt, verkeert een jaar later bijna 20% opnieuw in een armoede situatie. Na vijf jaar is in totaal 40% in armoede teruggevallen. Blijkt uit onderzoek van het SCP.***

Wanneer armoede lang duurt, kunnen financiële reserves opraken, problematische schulden liggen dan al snel op de loer. Eenmaal in de problemen is een uitweg nog niet zo gemakkelijk gevonden, zeker niet als men afhankelijk is van een uitkering.

Bij niet-westerse huishoudens is het aandeel met een langdurig laag inkomen bijna zes keer zo groot als bij autochtone Nederlanders. Dit aandeel nam tussen 2013 en 2014 bij deze huishoudens sterker toe (van 11,5 tot 13,3 procent) dan bij autochtone huishoudens (van 2,0 tot 2,2 procent). Ook eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen en alleenstaanden onder de AOW-leeftijd hebben een betrekkelijk hoog risico op langdurige armoede: respectievelijk 10,6 en 8,9 procent van hen had hier in 2014 mee te doen. De helft van alle huishoudens met kans op langdurige armoede is vooral aangewezen op bijstand, een kwart op een andere uitkering of pensioen, terwijl het resterende kwart zijn inkomen uit betaald werk betreft. Blijkt uit onderzoek van het CBS**

Vaste lasten

De vaste lasten vormen de grootste uitgavenpost voor huishoudens. Bij huishoudens met een laag inkomen drukken deze echter met 45 procent in 2014 zwaarder op het budget dan bij huishoudens met een inkomen boven de lage inkomensgrens (33 procent). Huishoudens met een laag inkomen geven daardoor relatief minder uit aan andere goederen, met uitzondering van alcohol en tabak. De woonlasten die een groot deel van de vaste lasten vormen, wordt door ruim een van de drie huishoudens met een laag inkomen als een zware financiële last ervaren. Bijna zes van de tien huishoudens met een laag inkomen zagen hun woonlasten in 2014 verlicht door het ontvangen van huurtoeslag. Veel huishoudens met een laag inkomen kunnen niet terugvallen op een vermogensbuffer. Van de huishoudens met een laag inkomen woonden in 2012 ruim zeven op de tien in een sociale huurwoning, bijna een kwart een heeft eigen woning. Blijkt uit onderzoek van het CBS**

Kinderen

Kinderen uit een laag-inkomensgezin gaan minder vaak uit dan kinderen met rijkere ouders. Ze sporten minder, volgen minder muziekles en gaan minder vaak een dagje naar de speeltuin. Die activiteiten buiten de deur kosten namelijk geld, reden waarom deze kinderen - volgens hun ouders - minder vaak aan deze activiteiten mee kunnen doen. Kinderen uit een laag-inkomensgrens nodigen ook minder vaak vrienden uit, bijvoorbeeld voor een verjaardag, om te spelen of te blijven eten. Een laag inkomen heeft ook invloed op schoolactiviteiten waarvoor een eigen bijdrage nodig is - zoals een schoolreis - die moeten kinderen vaak aan zich voorbij laten gaan.

SER publiceerde een infograpic met cijfers uit 2014 met informatie over welke kinderen in armoede opgroeien en wat o.a. de gevolgen hiervan zijn. Bekijk hier de infographic *****

* Armoedesignalement 2014 van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en SCP (Sociaal Cultureel Planbureau).
** Armoede en sociale uitsluiting 2015 van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek)
*** Een lang tekort; langdurige armoede in Nederland van het SCP (Sociaal Cultureel Planbureau)
**** Meer huishoudens langdurig onder lage-inkomensgrens in 2015 (Centraal Bureau voor de Statistiek) 
***** SER Advies 2017/03: 17 maart 2017 (ad-hoc commissie Armoede onder kinderen (AOK))