16 juli 2026 | Stichting Armoedefonds

Hoe is het om jarenlang zelf met schulden te leven, terwijl je met je werk anderen helpt met geldproblemen? En wat neem je mee uit deze ervaring als je daarna beleid gaat maken over armoede? Emine Uğur weet hoe het voelt om aan beide kanten van geldnood te staan. Ze leefde zeven jaar in armoede als alleenstaande moeder, werkte tegelijkertijd als sociaal hulpverlener en is nu beleidsadviseur armoede en schulden. Haar verhaal laat zien wat schulden doen met een mens en waarom dat perspectief zo belangrijk is in hulpverlening én bij het maken van beleid over armoede.

De problemen begonnen voor Emine na een scheiding. Ze bleef achter met haar zoon, die toen nog klein was. Haar ex-partner vertrok naar het buitenland en zij was verantwoordelijk voor het oplossen van alle problemen. “Ik stond er ineens helemaal alleen voor”, vertelt ze. Hulp vragen deed ze lange tijd niet. Schaamte speelde hierbij een grote dol, ook door haar werk. “Ik werkte zelf als adviseur voor mensen met geldproblemen. Het voelde als falen toen ik zelf hulp nodig had.” Ze had het gevoel dat ze het zelf moest kunnen oplossen. “Ik dacht: ik help anderen hier dagelijks mee, dus dit moet mij ook lukken.”

Dat lukte niet. Het grootste deel van haar inkomen ging naar schuldeisers en er bleef weinig over om van te leven. Na een paar jaar merkte ze dat ze vastzat. “Ik zag dat er zelf niet uit zou komen. En als ik zo doorging, zou het alleen maar langer duren.” Ondertussen nam de druk en de wil om uit de situatie te komen toe, mede doordat haar zoon ouder werd. “Ik wilde dat het op orde was vóór hij naar de middelbare school ging. Dan komen er extra kosten, die ik er niet bij kon hebben. En kinderen worden zich dan ook bewuster van hun leven en de problemen. Tot dan toe was hij zich er eigenlijk nog steeds niet bewust van dat we in armoede leven, dit was zijn ‘normaal’ en ik zorgde ervoor dat hij ook niets merkte.”

Overlevingsstand
De jaren zonder hulp omschrijft Emine als leven in een overlevingsstand. “Je hoofd staat nooit uit”, zegt ze. “Alles draait om geld.” Ze werkte fulltime, zorgde voor haar zoon en probeerde ondertussen alle eindjes aan elkaar te knopen. “Je bent de hele dag aan het rekenen. Wat kan wel, wat kan niet en wat stel ik nog even uit?” Die stress voelde ze altijd. “Je bent continu alert, alsof er elk moment iets mis kan gaan. Want het leven loopt niet in één rechte lijn. Er komt altijd iets tussendoor: onverwachte rekeningen, je kind krijgt een groeispurt, er gaat iets kapot… er komt steeds weer iets bij.” Daarbij hield ze haar situatie voor veel mensen verborgen. “Dat kostte ontzettend veel energie”, zegt ze. “Niet alleen de geldzorgen zelf, maar ook het doen alsof alles normaal is.” Ze was ook bang dat haar werkgever erachter zou komen.

Papier versus realiteit
Op papier had Emine een goed inkomen, maar in werkelijkheid leefde ze onder de armoedegrens. “Er lagen verschillende beslagen op mijn inkomen. Daardoor hield ik weinig over. Toch kam ik niet in aanmerking voor veel regelingen. Gewoon omdat ik op papier te veel verdiende.” Dat is een situatie die helaas bij veel mensen speelt: ze lijken ‘net boven de grens’ te zitten, maar door beslag, hoge vaste lasten of schulden leven ze in feite onder die grens.

Sporen
Haar zoon zegt dat hij weinig heeft gemerkt van de armoede. Toch ziet Emine de sporen, ook nu hij al richting volwassenheid gaat. “Ik kon hem niet mee laten doen op een voetbalclub, want daar had ik gewoonweg geen geld voor. Pas op latere leeftijd kon hij aan dit soort dingen meedoen, toen was het veel moeilijker om daarmee te beginnen.”

Werk
Voordat Emine zelf in de schulden kwam, werkte ze al jaren als sociaal dienstverlener. In deze rol verwees ze mensen met geldproblemen door naar passende hulp en ondersteunde ze hen. Ze was al betrokken en empathisch, maar haar eigen ervaring veranderde toch haar blik. “Ik snap nu pas hoeveel ruimte schulden innemen in je hoofd”, zegt ze. “Hoeveel stress het geeft. Hoeveel het van je denkvermogen vraagt. Hoeveel je ervan wakker ligt. En ook wat het lichamelijk en mentaal met je doet.” Ze vertelt dat ze vroeger soms dacht dat alle mensen gewoonweg meerdere dingen tegelijk moesten kunnen. “Schuldhulpverlening krijgen én solliciteren bijvoorbeeld. Nu weet ik dat dat vaak te veel is. Je houdt voor iets als solliciteren gewoon geen energie meer over.” Ze noemt het overlevingsstand: je doet wat nodig is om vandaag te halen, en morgen ook, maar verder kijken lukt nauwelijks.

De menselijke maat
Emine ziet gelukkig een positieve verandering in hoe men naar armoede kijkt: er is meer aandacht voor de menselijke maat. “Er is echt wel wat veranderd: de meeste organisaties kijken op een meer begripvolle en menselijke manier naar iemand met financiële problemen. Maar ik blijf er wel bij, at zolang we de oorzaken niet aanpakken, zoals ongelijkheid en het te lage minimumloon, we gewoonweg pleisters blijven plakken. We verzachten de pijn, maar we lossen het probleem niet op.” Emine neemt haar ervaring mee in alles wat ze doet: in haar werk, haar columns en in gesprekken met anderen. “Pas nadat het voorbij was, kon ik er echt over schrijven en vertellen”, zegt ze. Haar boodschap is eenvoudig en duidelijk. “Help zonder oordeel. Luister écht. En besef dat armoede niet alleen over geld gaat, maar over stress, schaamte en geen ruimte meer hebben in je hoofd.” Pas als we dat echt begrijpen, zegt Emine, kunnen beleid en praktijk dichter bij elkaar komen.