Bij Quiet hoef je niet te bewijzen dat je weinig geld hebt en verwachten ze niks terug. Iedereen die in armoede leeft, is er welkom. Gewoon voor een kop koffie of voor hulp dicht bij huis. Het Armoedefonds ging op bezoek bij Quiet Tilburg, één van de zestien actieve Quiet Communities. Hier spraken we met een member en met medewerker Chantal.
“Hier kan ik mezelf zijn” Via de Voedselbank kwam Albert in contact met Quiet Tilburg. In het begin vond hij het spannend om binnen te stappen, maar die spanning verdween al snel. Albert vertelt: “Het eerste wat k dacht: wat zitten hier veel mensen. Voel ik mij hier wel thuis? Maar ik werd warm ontvangen en gelijk geroepen om mee aan tafel te komen. Het voelt nu als een tweede thuis. Ik kan hier mezelf zijn.”
Quiet staat naast je De deuren van Quiet Tilburg staan wagenwijd open voor mensen die hulp nodig hebben. Zo is er twee keer per week een open inloop en op vrijdag een inloopspreekuur voor extra ondersteuning. “Samen wordt gekeken naar wat er speelt. Hierbij staan we echt naast de mensen. Wat zorgt voor stress? Wat is nodig om weer wat rust te krijgen? Die persoonlijke aandacht maakt dat mensen zich gezien voelen”, vertelt Chantal. Ook als mensen met hulpvragen komen waar ze niet bij kunnen helpen, worden ze warm doorverwezen naar partners. Ook wordt soms kennis in huis gehaald, zoals iemand van Stichting Leergeld of de gemeente.
Weer meedoen Ze bereiken ruim 1.500 huishoudens in Tilburg. Via de nieuwsbrief krijgen members (twee-)wekelijks tips en informatie. Van activiteiten en artikelen over samenwerkingspartners tot acties met feestdagen. Albert: “Je bent hier onderdeel van een samenleving. Ik kan hier mijn verhaal kwijt. Je hebt anderen die samen met jou meedenken over wat je nodig hebt. Dat is de kracht van deze community. Bovendien maak ik plezier.”
Samen sterk Samen met een netwerk van partners zoekt Quiet naar de beste ondersteuning voor mensen in armoede. Soms in de vorm van een uitje, soms producten of praktische hulp. Ook de steun van het Armoedefonds, voor bijvoorbeeld de MUP of geld voor een project, is onmisbaar. Chantal vertelt: “We onderhouden actief contact met andere organisaties, instanties en partijen. Je kunt het niet alleen, je moet het echt samen doen. Dit is niet alleen prettig voor de hulporganisaties, maar ook voor de mensen die je helpt.”
Het Armoedefonds helpt verschillende organisaties door heel Nederland, zoals Quiet Tilburg. Door jouw hulp kunnen we dit blijven doen. Zo komen we samen weer een stap dichterbij in de strijd tegen armoede.
Steeds meer zaken verlopen digitaal: contact met de overheid, spullen op school, je werk, bij de huisarts of geldzaken. Helaas heeft niet iedereen een computer om mee te kunnen met deze ontwikkelingen. Zonder digitale toegang raken mensen sneller achterop, lopen ze misschien regelingen mis of worden ze afhankelijk van anderen. Stichting Allemaal Digitaal pakt dit probleem aan door afgeschreven laptops uit het bedrijfsleven en van overheden op te knappen en via hulporganisaties beschikbaar te stellen aan mensen die er zelf geen kunnen betalen.
De stichting ontstond in coronatijd, toen ineens goed zichtbaar werd dat niet iedereen toegang had tot de digitale wereld. Directeur Merit van Breukelen legt uit: “Er kwamen onverwachts veel kinderen thuis te zitten voor thuisonderwijs. Toen bleek dat het voor veel kinderen niet vanzelfsprekend was om hieraan mee te kunnen doen, omdat ze geen laptop hadden, of ze deze met het hele gezin moesten delen.” Wat begon als oplossing voor scholieren, bleek al snel breder nodig. “Ook veel volwassenen liepen vast. De digitalisering nam een enorme vlucht en het bleek een structureel probleem. Er is een grote groep mensen die geen eigen laptop heeft en die hierdoor niet dezelfde kansen en mogelijkheden heeft als mensen die dit wel hebben.”
Aanvragen Hulporganisaties spelen een zeer belangrijke rol in het signaleren van mensen die een laptop goed kunnen gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld bij een intake. “Dat is een goed moment om aan mensen te vragen of ze de middelen hebben om hun zaken online goed te regelen. Dan merk je vaak snel waar iemand tegenaan loopt”, aldus Merit.
Ondersteuning Merit benadrukt dat alleen een apparaat geven niet altijd genoeg is. “Er zijn in Nederland veel mensen die moeite hebben om hun digitale zaken te regelen, ook wanneer zij wel een apparaat hebben. Dit blijkt uit onderzoek van de Rijksoverheid. Dat kan komen door lage taalvaardigheden of andere beperkingen.” Daarom moedigt Allemaal Digitaal hulporganisaties aan om naast de uitgifte van een laptop ook ondersteuning te bieden bij het gebruik van de laptop. Die ondersteuning kan op allerlei manieren plaatsvinden. In de praktijk ziet Merit dat dit vaak lokaal wordt opgevangen. “Er ontstaan steeds vaker samenwerkingen tussen welzijnsorganisaties, gemeenten en bibliotheken. De ene organisatie weet wie hulp nodig heeft, de andere kan de uitgifte van de laptop regelen en weer een andere partij kan bijvoorbeeld een cursus aanbieden. Zo zorg je er samen voor dat iemand ook echt aan de slag kan en weet waar hij terecht kan met vragen.”
Het Armoedefonds helpt verschillende organisaties door heel Nederland, zoals Allemaal Digitaal. Door jouw hulp kunnen we dit blijven doen. Zo komen we samen weer een stap dichterbij in de strijd tegen armoede.
Stichting Babyspullen help aanstaande ouders die het financieel moeilijk hebben. Met een compleet babystartpakket krijgen ze de belangrijkste spullen voor hun baby’s. Het grootste deel daarvan is tweedehands en word ingezameld door mensen in heel Nederland. Achter elk pakket zit een goed georganiseerd proces. Maar hoe werkt dat precies? En hoe zorgt de stichting ervoor dat de spullen op de juiste plek terechtkomen?
Stichting Babyspullen help aanstaande ouders die het financieel moeilijk hebben. Met een compleet babystartpakket krijgen ze de belangrijkste spullen voor hun baby’s. Het grootste deel daarvan is tweedehands en word ingezameld door mensen in heel Nederland. Achter elk pakket zit een goed georganiseerd proces. Maar hoe werkt dat precies? En hoe zorgt de stichting ervoor dat de spullen op de juiste plek terechtkomen?
Wat begon als een klein initiatief, is uitgegroeid tot een landelijke organisatie. Inmiddels hebben ze een systeem waarin vrijwilligers, hulpverleners, bedrijven en donateurs er samen voor zorgen dat baby’s die geboren worden in armoede een eerlijke start krijgen. Volgens Nicky Jansen van Stichting Babyspullen draait het om meer dan alleen spullen. “Onze missie is dat we een baby een eerlijke start geven, door een deel van de armoedestress weg te nemen tijdens de zwangerschap. Zodat een moeder het gevoel heeft dat er een last van haar schouders valt, dat ze voor haar kind kan zorgen en de eerste dingen geregeld zijn.”
Van inzameling tot pakket Het proces achter een babypakket begint al bij de inzameling. Door heel Nederland zijn ongeveer 200 inzamelpunten. Bij particulieren of organisaties, zoals een kinderopvang. Daar staan containers waar mensen babyspullen kunnen doneren. Mensen doneren rompertjes, broekjes, jassen, beddengoed en andere spullen. Helaas is niet alles wat binnenkomt (direct) geschikt voor gebruik. Daarom worden alle spullen meerdere keren gesorteerd en gecontroleerd. Uiteindelijk wordt alles op detailniveau gesorteerd en op maat en soort gelegd in kratten. Zo kunnen de pakketten gemakkelijk worden samengesteld.
Elk pakket heeft een vaste inhoud, zodat alle aanstaande ouders evenveel spullen krijgen én de belangrijke dingen om een baby de goede start te kunnen geven.
Meer dan alleen spullen De pakketten worden zo vroeg mogelijk in de zwangerschap verstuurd. Dat is een bewuste keuze, vertelt Nicky. “Stress bij een moeder kan invloed hebben op de ontwikkeling van een baby. Door op tijd zekerheid te geven, willen we die stress verminderen. We willen dat een moeder het gevoel heeft: het is geregeld, ik ben er klaar voor.” Achter elk rompertje en elk dekentje zit dus een lange weg van inzamelen, sorteren en samenstellen. Juist door dit zorgvuldige en inmiddels grootschalige proces kunnen ze door heel Nederland aanstaande ouders helpen. En iets heel belangrijks doen; zorgen dat een baby, ondanks moeilijke omstandigheden van de ouders, een goede start krijgen.
Het Armoedefonds helpt verschillende organisaties door heel Nederland, zoals Stichting Babyspullen. Door jouw hulp kunnen we dit blijven doen. Zo komen we samen weer een stap dichterbij in de strijd tegen armoede.
Al ruim 13 jaar is de Speelgoedbank Wageningen actief in Wageningen en tot 40 kilometer in de omgeving. Spelen laat kinderen leren, ontdekken en groeien. Het Armoedefonds ondersteunt lokale hulporganisaties op diverse manieren, zo ook de Speelgoedbank. Zij ondersteunen ruim 300 gezinnen met gratis speelgoed voor kinderen tot ongeveer 12 jaar. Voor veel gezinnen is dit een belangrijke steun, juist wanneer de financiële middelen beperkt zijn. Wij spraken bezoekster Esther en initiatiefnemers en tevens man en vrouw, Bert en Elly van de Speelgoedbank.
“Voor mijn kinderen is het hier een snoepwinkel” Bezoekster Esther vertelt over haar eerste ervaring bij de Speelgoedbank. De eerste stap om hulp te zoeken is moeilijk geeft ze toe. “Als je drie kleintjes hebt waar je op dat moment niks aan kan geven doet dat pijn. Maar zodra je hier binnenkomt voelt het als thuis. Esther kwam hier toen haar derde kindje net geboren was. “We hadden het niet breed, maar de kinderen waren helemaal blij met het speelgoed. Het was alsof het een cadeautje van Sinterklaas was. De kinderen vonden het helemaal geweldig.”
Kinderen mogen zelf kiezen Gezinnen mogen elk kwartaal langskomen, laten Bert en Elly weten. “Kinderen kiezen zelf hun speelgoed uit. Daarin laten we ze helemaal vrij. Meestal mag het kind maximaal vier items pakken, plus extraatjes zoals een knuffel of een spelletje.” Voor de grotere cadeaus, zoals keukentjes of grote bouwsets, wordt bijgehouden wie wat meeneemt. Elly vertelt waarom: “Zo zorgen we ervoor dat het speelgoed eerlijk over alle kinderen verdeeld wordt.” Voor kinderen met speciale behoeften, zoals ADHD of een beperking, wordt extra rekening gehouden, verduidelijkt Elly. “Zo kunnen zij soms op een rustiger moment komen of helpt een vrijwilliger bij het uitzoeken van speelgoed. In sommige gevallen hoeven de kinderen ook niet mee.”
Samenwerking De Speelgoedbank werkt nauw samen met de voedselbank en andere organisaties om de juiste mensen te bereiken. Bert licht toe: “Met een verwijzing kun je bij ons terecht, maar ook daarbuiten zoeken we de samenwerking op. Zo kunnen we zoveel mogelijk speelgoed en aanvullende ondersteuning bieden. Dit doen we met behulp van sponsors, financiële partners en lokale ondernemers.”
Het Armoedefonds Steun van het Armoedefonds is hierin onmisbaar. Bert: “Van het Armoedefonds krijgen we extra ondersteuning zoals Kruidvatkaarten, scholierenpassen, menstruatieproducten en verzorgingsproducten. Van deze aanvullende ondersteuning wordt dankbaar gebruik gemaakt. We zijn daar erg blij mee, ook namens de gezinnen die bij ons komen.” Esther knikt instemmend. “Ondanks dat ik de Kruidvatkaart gebruikt heb voor mijn zoon, is het fijn dat ik hier ook iets voor mezelf van kan kopen. Ook de verzorgingsproducten zijn erg welkom. Ik pak hier regelmatig wat van.”
Kinderen kunnen weer spelen De verhalen van ouders laten zien hoe waardevol de Speelgoedbank Wageningen is. Zo vertellen Bert en Elly dat speelgoed vaak nog lang meegaat. “Kinderen spelen nog steeds met de Duplo en Lego die ze hier jaren geleden hebben gehaald. Voor hen voelt het altijd als nieuw speelgoed. We willen dat alle kinderen uit gezinnen met weinig geld kunnen spelen, plezier maken en zich gewoon weer kind kunnen voelen.”
Help mee Een ogenschijnlijk klein gebaar, zoals een speelgoedauto, pop of een bouwset, maakt een wereld van verschil voor gezinnen. Het brengt kinderen vreugde en geeft ouders het gevoel dat ze er niet alleen voor staan. Jouw donatie maakt het mogelijk om ouders zoals Esther te helpen via lokale hulporganisaties. Doneer ook:
SchuldHulpMaatje is een van de grootste vrijwillige schuldhulporganisaties in Nederland. De aanpak? Persoonlijk, deskundig en vooral zonder oordeel. Een van de mede oprichters Carla van der Vlist en ‘maatje’ Jolanda van den Hoek vertellen over de kracht van het maatjeswerk en het belang van samenwerken.
De vrijwilligers van SchuldHulpMaatje helpen mensen met geldzorgen of schulden gratis en zonder oordeel. De vrijwilligers worden ook wel ‘maatjes’ genoemd. Zij ondersteunen de mensen meestal bij hen thuis of op een neutrale plek, zoals een bibliotheek. Via het maatjeswerk zijn in 2024 meer dan 11.000 huishoudens geholpen.
Samen het probleem oplossen De kern van het maatjeswerk is het versterken van de zelfredzaamheid. “We nemen het probleem niet over, maar pakken het samen aan”, legt Jolanda uit. “Een maatje duikt bijvoorbeeld met iemand de post in, helpt met het ordenen van de papieren, het maken van een budgetoverzicht en het aanvragen van toeslagen.” Het maatje is daarbij geen hulpverlener, maar een betrokken en deskundige vrijwilliger. “Een luisterend oor is minstens zo belangrijk als de praktische hulp. Daarbij krijg je bij iemand thuis als maatje beter inzicht in wat er eventueel nog meer speelt.”
Wat SchuldHulMaatje uniek maakt, is de diversiteit onder de maatjes. “We hebben vrijwilligers uit alle hoeken van de samenleving”, vertelt Carla. “En dat is belangrijk, want de hulpvragers zijn net zo divers. Een goede match is dus essentieel.” Iedere vrijwilliger volgt een verplichte training. Daarin leren ze de basis van schuldhulpverlening, maar ook welke houding en gesprekstechnieken cruciaal zijn in het contact.
De missie Uiteindelijk draait het allemaal om die ene persoon achter de voordeur. “Schulden raken mensen diep. Niet alleen financieel, maar ook emotioneel”, zegt Carla. “Ons doel is om achter die voordeur te komen en het zelfvertrouwen van mensen weer op te bouwen. Om hen het gevoel te geven dat ze het aankunnen en weer grip krijgen op hun situatie.”
Heb je zelf te maken met geldzorgen? Neem dan vooral contact met hen op. Zij kijken graag mee wat ze kunnen betekenen.
Hoe is het om jarenlang zelf met schulden te leven, terwijl je met je werk anderen helpt met geldproblemen? En wat neem je mee uit deze ervaring als je daarna beleid gaat maken over armoede? Emine Uğur weet hoe het voelt om aan beide kanten van geldnood te staan. Ze leefde zeven jaar in armoede als alleenstaande moeder, werkte tegelijkertijd als sociaal hulpverlener en is nu beleidsadviseur armoede en schulden. Haar verhaal laat zien wat schulden doen met een mens en waarom dat perspectief zo belangrijk is in hulpverlening én bij het maken van beleid over armoede.
De problemen begonnen voor Emine na een scheiding. Ze bleef achter met haar zoon, die toen nog klein was. Haar ex-partner vertrok naar het buitenland en zij was verantwoordelijk voor het oplossen van alle problemen. “Ik stond er ineens helemaal alleen voor”, vertelt ze. Hulp vragen deed ze lange tijd niet. Schaamte speelde hierbij een grote dol, ook door haar werk. “Ik werkte zelf als adviseur voor mensen met geldproblemen. Het voelde als falen toen ik zelf hulp nodig had.” Ze had het gevoel dat ze het zelf moest kunnen oplossen. “Ik dacht: ik help anderen hier dagelijks mee, dus dit moet mij ook lukken.”
Dat lukte niet. Het grootste deel van haar inkomen ging naar schuldeisers en er bleef weinig over om van te leven. Na een paar jaar merkte ze dat ze vastzat. “Ik zag dat er zelf niet uit zou komen. En als ik zo doorging, zou het alleen maar langer duren.” Ondertussen nam de druk en de wil om uit de situatie te komen toe, mede doordat haar zoon ouder werd. “Ik wilde dat het op orde was vóór hij naar de middelbare school ging. Dan komen er extra kosten, die ik er niet bij kon hebben. En kinderen worden zich dan ook bewuster van hun leven en de problemen. Tot dan toe was hij zich er eigenlijk nog steeds niet bewust van dat we in armoede leven, dit was zijn ‘normaal’ en ik zorgde ervoor dat hij ook niets merkte.”
Overlevingsstand De jaren zonder hulp omschrijft Emine als leven in een overlevingsstand. “Je hoofd staat nooit uit”, zegt ze. “Alles draait om geld.” Ze werkte fulltime, zorgde voor haar zoon en probeerde ondertussen alle eindjes aan elkaar te knopen. “Je bent de hele dag aan het rekenen. Wat kan wel, wat kan niet en wat stel ik nog even uit?” Die stress voelde ze altijd. “Je bent continu alert, alsof er elk moment iets mis kan gaan. Want het leven loopt niet in één rechte lijn. Er komt altijd iets tussendoor: onverwachte rekeningen, je kind krijgt een groeispurt, er gaat iets kapot… er komt steeds weer iets bij.” Daarbij hield ze haar situatie voor veel mensen verborgen. “Dat kostte ontzettend veel energie”, zegt ze. “Niet alleen de geldzorgen zelf, maar ook het doen alsof alles normaal is.” Ze was ook bang dat haar werkgever erachter zou komen.
Papier versus realiteit Op papier had Emine een goed inkomen, maar in werkelijkheid leefde ze onder de armoedegrens. “Er lagen verschillende beslagen op mijn inkomen. Daardoor hield ik weinig over. Toch kam ik niet in aanmerking voor veel regelingen. Gewoon omdat ik op papier te veel verdiende.” Dat is een situatie die helaas bij veel mensen speelt: ze lijken ‘net boven de grens’ te zitten, maar door beslag, hoge vaste lasten of schulden leven ze in feite onder die grens.
Sporen Haar zoon zegt dat hij weinig heeft gemerkt van de armoede. Toch ziet Emine de sporen, ook nu hij al richting volwassenheid gaat. “Ik kon hem niet mee laten doen op een voetbalclub, want daar had ik gewoonweg geen geld voor. Pas op latere leeftijd kon hij aan dit soort dingen meedoen, toen was het veel moeilijker om daarmee te beginnen.”
Werk Voordat Emine zelf in de schulden kwam, werkte ze al jaren als sociaal dienstverlener. In deze rol verwees ze mensen met geldproblemen door naar passende hulp en ondersteunde ze hen. Ze was al betrokken en empathisch, maar haar eigen ervaring veranderde toch haar blik. “Ik snap nu pas hoeveel ruimte schulden innemen in je hoofd”, zegt ze. “Hoeveel stress het geeft. Hoeveel het van je denkvermogen vraagt. Hoeveel je ervan wakker ligt. En ook wat het lichamelijk en mentaal met je doet.” Ze vertelt dat ze vroeger soms dacht dat alle mensen gewoonweg meerdere dingen tegelijk moesten kunnen. “Schuldhulpverlening krijgen én solliciteren bijvoorbeeld. Nu weet ik dat dat vaak te veel is. Je houdt voor iets als solliciteren gewoon geen energie meer over.” Ze noemt het overlevingsstand: je doet wat nodig is om vandaag te halen, en morgen ook, maar verder kijken lukt nauwelijks.
De menselijke maat Emine ziet gelukkig een positieve verandering in hoe men naar armoede kijkt: er is meer aandacht voor de menselijke maat. “Er is echt wel wat veranderd: de meeste organisaties kijken op een meer begripvolle en menselijke manier naar iemand met financiële problemen. Maar ik blijf er wel bij, at zolang we de oorzaken niet aanpakken, zoals ongelijkheid en het te lage minimumloon, we gewoonweg pleisters blijven plakken. We verzachten de pijn, maar we lossen het probleem niet op.” Emine neemt haar ervaring mee in alles wat ze doet: in haar werk, haar columns en in gesprekken met anderen. “Pas nadat het voorbij was, kon ik er echt over schrijven en vertellen”, zegt ze. Haar boodschap is eenvoudig en duidelijk. “Help zonder oordeel. Luister écht. En besef dat armoede niet alleen over geld gaat, maar over stress, schaamte en geen ruimte meer hebben in je hoofd.” Pas als we dat echt begrijpen, zegt Emine, kunnen beleid en praktijk dichter bij elkaar komen.