Close Menu
17 december 2020
Ik schaam me niet voor mijn situatie. Die tijd heb ik gehad.

Marja (61 jaar) uit Nijmegen deelt haar verhaal.

Ik krijg van de Vincentiusvereniging elke week een boodschappenpakket en ben klant bij de Voedselbank. Na het overlijden van mijn man, ruim twee jaar geleden, ben ik in de financiële zorgen terecht gekomen. Het maakte het dubbel zwaar voor mij. Mijn man had MS en ik was altijd mantelzorger, zorgde 24 uur per dag voor hem.

Financieel hadden we het goed voor elkaar. Mijn man ontving een uitkering, hij was arbeidsongeschikt. Ik maakte me in die periode geen zorgen over geld.

Na de dood van mijn man, ontving ik van een voormalig werkgever van mijn man (hij werkte in de bouw) maandelijks een klein bedrag als weduwenpensioen. Er is toen een fout gemaakt in de berekening van mijn bijstandsuitkering en ik heb ongeveer een half jaar lang teveel ontvangen. Ik moest gaan terugbetalen. Dan heb je ook nog je eigen rekeningen. Ik leef nu van 50 euro per week. Het wijkteam zoekt samen met mijn schoonzoon nu voor mij uit, hoe we het kunnen oplossen. Ze zijn aan het kijken of ik van de sociale dienst een lening kan krijgen, die ik kan terugbetalen.  

In het begin heb ik slapeloze nachten gehad. Het is een beetje beter geworden, sinds het wijkteam mij helpt. Door de hulp van de Vincentiusvereniging en de Voedselbank heb ik elke dag eten op tafel. Maar ik houd niets over. De feestdagen komen eraan, dat is echt geen leuke tijd voor mij.

Je kunt niet veel. Je haalt een paar dingen van de boodschappen en dan is het op. Wat ik nu bijvoorbeeld niet kan betalen, zijn kleding en een cadeautje voor de kleinkinderen. Gelukkig begrijpen ze het, en heb ik hele lieve kinderen en kleinkinderen.

Ik ben blij als de schulden allemaal afbetaald zijn.

De coronacrisis maakt het lastiger voor mij. Normaal gesproken kwam ik bij de Vincentiusvereniging ook naar een sociale activiteit zoals Eat & Meet, dat vond ik heel gezellig. Nu zit ik de meeste tijd thuis. Ik ben blij dat mijn kleinkinderen dichtbij zitten, die zie ik regelmatig. En ik heb mijn twee hondjes, chihuahua’s. Door hen kom ik nog wel regelmatig buiten.

Het is zo gelopen, het kan iedereen overkomen. Ik schaam me niet voor mijn situatie. Die tijd heb ik gehad. Het is niet anders en ik ben blij dat ze me helpen. Je moet het er met elkaar over kunnen hebben. Er zijn genoeg mensen die in hun schulp kruipen.


De naam ‘Marja’ is gefingeerd; haar echte naam is bekend bij de Stichting Armoedefonds in Rosmalen.